Jan de Witgoedman uit Lunteren
"Shit. Wasmachine kapot." Meteen denk ik aan de Mediamarkt. Aan een man in een rood overhemd die zegt: “Tja, deze is stuk. Voor 999 euro heb je er één met stoomfunctie en Bluetooth.”
Hierna kijkt hij je aan. Alsof je een idioot bent. Omdat je überhaupt nog apparatuur gebruikt van vóór de corona.
BCC, Mediamarkt...
De crematoria van de huishoudelijke apparaten. Je komt er met een kapot apparaat. Je gaat er weg met een glimmend nieuw ding.
Zij noemen het service.
Ik noem het afpersing met een glimlach.
Daar trap ik niet weer in.
In de Lunterse Krant lees ik een advertentie. Van tien bij tien centimeter.
Wasmachine stuk?
Jan de Witgoedman.
Ook voor al het andere witgoed.
Een vierkantje hoop. Geperst tussen een overlijdensbericht en een aanbieding van stamppotworst.
Ik bel het nummer. Wat volgt is geen callcenter. Geen chatbot. Geen wachtrijmuziekje met panfluit. Maar een vrouw die direct opneemt en vraagt: “Zit je erg om’t hand? Dan komt-ie eerder.”
Vier dagen later hoor ik “Hallóóó!” in de bijkeuken.
Daar staat Jan. Met handen die gisteren nog een tractor uit elkaar hebben gehaald.
Voordat ik het door heb ligt de wasmachine open als een patiënt op de operatietafel. Tien minuten later draait de trommel weer.
"Koffie?", vraag ik Jan.
"Och keel, je maokt mien dag."
Aan tafel vertelt hij hoe alles commercieel is geworden. Hoe winkels omgaan met reparaties. En hoe zonde het is dat mensen tegenwoordig een apparaat wegflikkeren bij het eerste gereutel. Een kapotte paraplu gaat langer mee.
"Ik kan dat heul nie an zien," zegt hij.
En hij kijkt naar de wasmachine alsof het zijn kleinkind is.
Hij vertelt dat hij zijn boerderij heeft verkocht om dit werk te doen. Om met een busje door de regio te rijden en spullen nieuw leven in te blazen.
Jan.
Een moderne sjamaan in de strijd tegen wegwerpgedrag. Alle kapotte machines in de wijde omtrek kennen zijn naam.
"Ik ben haartstikke druk", zegt hij.
"Maor altied in voor een praotje."
“En ik blief maoken, zolang de klant er baot bie het."
Hij staat op.
“Bedaankt veur de koffie. Ik ga. Het is veur mekaor!”
En weg is hij.
Twee dagen later ligt de rekening op de mat. Geen factuursysteem. Geen customer portal. Geen automatische incasso die je bankrekening binnensluipt als een inbreker. Maar een nette, witte envelop.
Ik heb hem dezelfde dag betaald.
Zonder nadenken.
Jan is niet zomaar een monteur.
Maar een vakman in een land dat zijn eigen stekkers niet meer begrijpt. Een man die weigert om iets dood te verklaren zolang het nog trilt of gromt. En een hardnekkige optimist die licht brengt in de duisternis van commercieel geplande veroudering.
𝗝𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗪𝗶𝘁𝗴𝗼𝗲𝗱𝗺𝗮𝗻.
Een naam die klinkt als een ouderwets nummer op de radio.
En een man die bewijst dat échte service niet in een chatvenster past. Maar in vier woorden die steeds zeldzamer worden:
"Het is veur mekaor!"
De bus van Jan bij ons voor de deur.
Dit verhaal heb ik geschreven in november 2025 en gepubliceerd op LinkedIn. De post werd ruim 430.000 keer bekeken en er meer dan 16.000 keer op gereageerd. Je leest de LinkedIn post via deze link.