Een verhaal over visboer Evert Jan Fieret in Lunteren

Er zijn bedrijven die je aanspreken met “beste klant”. Bij de visboer in Lunteren zeggen ze: “Wil je de zegeltjes voor je moeder mee?”

Het is vrijdag.

Ik loop richting de viskraam.

Nog vóór ik iets zeg, roept de visboer: “Ook wat gebakken hebben?” Alsof ik zijn zwager ben, die elke zaterdag aanschuift.

Ik lach en zeg:
“Ja, één bakkie kibbeling graag. Met saus.”

Want de kibbeling is al goud.

Maar met saus?
Dan is het feest compleet.

Ik krijg het bakje aangereikt, loop terug naar de auto en geef het aan mijn kinderen, die in de achterbak met de klep open zitten te wachten. Ze eten kibbeling alsof het een spirituele oefening is.

Ogen halfdicht.
Saus aan hun neusvleugels.

De jongste zegt ineens bloedserieus:
“Waarom heet het geen visseling, pap?"

Goede vraag.
Daar sta je dan.
Als schrijver.

Terwijl ik terugloop naar de kraam om af te rekenen, komt er een oude man met een rollator aangeschuifeld. Hij probeert zich nonchalant door de rij te moffelen, zoals alleen mannen van boven de 80 dat kunnen.

Hij zegt geen woord.
Maar zijn blik verraadt alles:

“Ik was hier al voordat jullie konden lopen.”

De dame achter de vis vraagt:
“Wilt u de spaarkaart hebben, meneer?”

Hij zegt:
“Ja, graag. Dankuwel.”

En zij, zachtaardig:
“Alstublieft. En dan zien we u morgen tussen de middag, hè.”

Alsof ze zijn kleindochter is.
Maar dan met een frituurmand.

Ondertussen ziet ze een mevrouw naderen.
Ze hoeft niets te zeggen.

“Twee lekkerbekjes en drie haringen?"
"Net als vorige week?”

De vrouw knikt.

Het is geen bestelling.
Het is een wederzijds ritueel.
Een vriendschap in vis.

Ik reken af..
En krijg standaard de vraag:
“Wil je de zegeltjes voor je moeder mee?”

Want ja, mijn moeder komt hier vaker dan ik.
Dát weten ze.

Terwijl ik daar sta, met vette kibbelingvingers en een glimlach, vraag ik mezelf af: "Hoe zeldzaam is het eigenlijk?"

Dat iemand je herkent.
Dat iemand weet wat je eet.
En weet wanneer je weer terugkomt.

Ik ken geen bedrijven die hun klanten zó goed kennen als deze visboer.

Er zijn marketingbureaus die 2 ton vragen om een buyer persona te maken. Maar deze mensen weten gewoon wie je bent.

En dat is het verschil.

Veel bedrijven roepen dat ze ‘verbinden’, ‘persoonlijk zijn’ of ‘de klant centraal zetten’. Maar dat staat vooral op hun website.

Hier voel je het.
Met een knikje.
Oogcontact.
Een hartelijk welkom.

Niet door kernwaarden in neonletters bij de receptie. Geen consultancytaal over klantbeleving. Geen poster met “samen gaan we voor goud” naast de koffieautomaat.

Maar door hun werk te doen met liefde en aandacht.

Bakje voor bakje.
Gesprek voor gesprek.

Hoe mooi is dat?

De vaste standplaats van visboer Evert Jan Fieret in Lunteren op het Wilbrinkplein.


Dit verhaal schreef ik in de zomer van 2025 nadat ik met mijn kinderen een portie kibbeling had gehaald bij Evert Jan en zijn collega’s. Op LinkedIn werd dit verhaal meer dan 350.000 keer gelezen. Een paar weken na publicatie ontving ik van Evert Jan een prachtig houten bord waarop de tekst van dit verhaal afgebeeld staat. Een dankbare herinnering en blijk van waardering.

Een prachtig cadeau en aandenken aan dit verhaal, gekregen van Evert Jan Fieret.

Vorige
Vorige

Van kraanleertje tot CO-keur: Richard van den Berg 25 jaar loodgieter in Lunteren